Een duurzame energievoorziening is een flexibele energievoorziening

Door Henri Bontenbal 07-03-2016
Stroom zou goedkoop of gratis moeten zijn als er veel wind of zon is, en duurder als die bronnen weinig stroom leveren. Dit pleidooi voor flexibele energietarieven dat Stedin en andere netbeheerders eind februari deden, was uitgebreid te zien in de journaals en op de website van de NOS. Ook het ‘smart charging’-project in de Utrechtse wijk Lombok (zonne-energie opslaan in de laadpaal voor de deur) kreeg aandacht. Lees het artikel van de NOS over flexibele tarieven en het verhaal van de NOS over lokale opslag via elektrische auto. Hieronder blogt Henri Bontenbal (Stedin strategie & innovatie) over de vele reacties die we ontvingen.



Stedin pleit voor flexibele energietarieven. Waarom?

De energievoorziening in Nederland is vooral gebaseerd op fossiele energiebronnen, dus olie, kolen en gas. Slechts 5,5% van het energieverbruik bestaat uit duurzame energie zoals wind- en zonne-energie. De komende decennia moet ons energiesysteem getransformeerd worden naar een systeem dat volledig wordt gevoed met schone, hernieuwbare energie. Dat hebben we afgesproken tijdens de klimaatconferentie in Parijs in december 2015 en ook is het al eerder door de regering besloten in het Energieakkoord. Daarin zijn afspraken gemaakt over de maatregelen die de komende jaren de duurzame energieproductie laten groeien en tegelijkertijd het energieverbruik omlaag brengen. Als de afspraken uit het Energieakkoord gerealiseerd worden, dan stijgt het percentage duurzame elektriciteit in de elektriciteitsmix van circa 10% (bron) naar circa 45% in 2023. Dat is een forse groei! Wind- en zonne-energie (groot- en kleinschalig) gaan een steeds grotere rol spelen in de productie van elektriciteit. Maar deze bronnen zijn variabel; ze zijn niet op afroep beschikbaar en ook is het aanbod van wind en zon niet constant.

Zonnepanelen in Amersfoort

In de praktijk gaat dit betekenen dat het aanbod en de vraag van elektriciteit sterker gaan fluctueren. Op een winderige dag zal er veel windstroom geproduceerd worden en op een zonnige dag veel zonnestroom. Op windstille, grijze dagen zal de elektriciteit van elders moeten komen. 

De prijs van elektriciteit wordt bepaald door de combinatie van vraag en aanbod. Is er veel aanbod, dan daalt de elektriciteitsprijs en dat stimuleert afnemers om extra stroom te gaan gebruiken. Is het aanbod laag, dan stijgt de prijs en worden afnemers gestimuleerd om minder stroom te gaan gebruiken.

Grote bedrijven (grootverbruikers) doen al mee aan dit spel van vraag en aanbod, maar huishoudens en kleine bedrijven (kleinverbruikers) nog niet. Nu steeds meer mensen een slimme electriciteitsmeter in huis hebben wordt het ook voor kleinverbruikers mogelijk om af te rekenen op basis van variabele elektriciteitstarieven. Ook zij kunnen dan mogelijk profiteren van lage elektriciteitstarieven als er veel aanbod van duurzame elektriciteit is. Hiermee worden kleinverbruikers gestimuleerd om op een ander moment elektriciteit te gebruiken wanneer de stroomprijs hoog is.

Dit willen de netbeheerders mogelijk maken. Hieraan zullen zij zelf een bijdrage aan leveren door nauwkeurige bemetering van het elektriciteitsverbruik.

Welke rol kunnen elektrische auto’s spelen in flexibele tarieven?

In het NOS journaal werd het ‘smart charging’-project in de Utrechtse wijk Lombok getoond. Dit project is uniek omdat hier auto’s kunnen laden op het moment dat de elektriciteitsprijs laag is. De klant heeft hiermee een financieel voordeel én het zorgt voor een goede inpassing van duurzame energie in het energiesysteem. De auto kan ook nog elektriciteit terugleveren op het moment dat de elektriciteitsprijs hoog is. Je kunt dan denken aan een elektrische auto die overdag de accu vol laat lopen en ’s avonds elektricteit levert aan een woning. Overigens is de opslag van elektriciteit in een accu niet gratis: ook dat kost een bepaald bedrag per kWh. Een accu niet gratis is en gaat niet oneindig lang mee. De kosten moeten dus opwegen tegen de opbrengsten.



Nog een voordeel: de accu’s van elektrische auto’s kunnen een rol spelen in het in balans houden van het energiesysteem. Energieleveranciers maken nauwkeurige schattingen van het verwachte elektriciteitsverbruik en van de elektriciteitsproductie. Op het moment van levering zijn er altijd kleine afwijkingen. Die afwijkingen worden gecorrigeerd door de landelijke netbeheerder Tennet. Tennet heeft daarvoor een markt opgezet, de zogenaamde ‘onbalansmarkt’. Partijen kunnen daar een bepaald vermogen op afroep aanbieden en krijgen daar geld voor. Het is goed denkbaar dat elektrische auto’s, wanneer ze geclusterd worden ‘aangeboden’, een significante rol kunnen spelen op de onbalansmarkt.

De elektrische auto kan ook in het lokale energiesysteem een rol vervullen. De huidige elektriciteitsnetten zijn niet ontworpen om grote hoeveelheden duurzame elektriciteit uit zonnepanelen te transporteren. Dus als in een buurt of wijk het aantal zonnepanelen sterk groeit, kan op een zonnige dag het elektriciteitsnet overbelast raken. Dat betekent dat netbeheerders het elektriciteitsnet moeten verzwaren.

Elektrische auto’s kunnen mogelijk een rol spelen in het lokaal opslaan van deze lokaal opgewekte duurzame stroom en er zo voor zorgen dat investeringen in het elektriciteitsnet beperkt of uitgesteld kunnen worden. Daarnaast kan slim laden ervoor zorgen dat in een wijk met veel elektrische auto’s deze niet allemaal tegelijk op volle sterkte opladen, maar op elkaar en de beschikbare capaciteit van het net afgestemd. Daardoor worden hoge pieken in het verbruik opgevangen.

Pleit Stedin ook voor variabele transporttarieven?

Stedin legt het elektriciteitsnet aan, onderhoudt het en lost storingen snel op. Klanten van Stedin betalen voor het transport van elektriciteit (en gas). Deze transportkosten worden via de energieleverancier aan de netbeheerder betaald. Met deze opbrengsten zorgt de netbeheerder ervoor dat de geproduceerde elektriciteit altijd getransporteerd kan worden naar de verbruikers ervan.



De behoefte aan transportcapaciteit blijft stijgen door de toename van lokaal geproduceerde elektricteit uit bijvoorbeeld zonnepanelen en door de toename van elektrische auto’s en elektrische verwarming. Lokaal kan dat tot knelpunten leiden. Daarom verwachten netbeheerders dat zij hun elektriciteitsnetten de komende decennia aanzienlijk moeten gaan verzwaren.

Maar wellicht hoeft verzwaring niet of kan het worden uitgesteld, bijvoorbeeld als gevolg van elektriciteitsopslag op woning- en wijkniveau, de verschuiving van de elektriciteitsvraag of de omzettening van elektriciteit naar andere energiedragers, zoals warmte of gas. Deze opties zijn nu meestal nog niet rendabel, maar kunnen dat in de nabije toekomst wel worden.

Consumenten betalen voor het transport van elektriciteit onder andere het zogenaamde capaciteitstarief. Dat betekent dat niet de hoeveelheid stroom die getransporteerd wordt maatgevend is, maar de maximale piek – het maximale vermogen. Dit capaciteitstarief stimuleert dus nu al om de pieken in het verbruik te beperken. Stedin denkt niet dat het nodig is om op korte termijn het capaciteitstarief flexibel te maken. Dat zou het tariefsysteem onnodig complex maken. Een verdere verfijning (minder grofmazig capaciteitstarief) van het huidige capaciteitstarief behoort wel tot de wenselijke opties.

Door: Henri Bontenbal

Deel dit artikel