Komende decennia neemt de vraag naar (groene) elektriciteit vanuit de Rotterdamse industrie fors toe. Die extra stroom is nodig om industriële processen te elektrificeren, om groene waterstof te maken en voor elektrisch vervoer. Het gaat om een verdubbeling of mogelijk zelfs een verviervoudiging van de vraag naar elektriciteit. Verzwaring van het elektriciteitsnet is nodig.

GROTE VRAAG
BEPERKTE MOGELIJKHEDEN

De capaciteit van de huidige elektriciteitsnetten en aansluitingen in de Rotterdamse haven is onvoldoende om de energietransitie mogelijk te maken. Maar de fysieke ruimte voor extra infrastructuur is beperkt. Landelijke netbeheerder TenneT, Stedin en het Havenbedrijf Rotterdam onderzochten in een studie de gevolgen van de energietransitie voor het elektriciteitsnet in het havengebied.

HOGE KOSTEN
LANGE DOORLOOPTIJDEN

Uitbreiding van het elektriciteitsnet volgens de huidige aanpak en wet- en regelgeving leidt niet tot tijdige en adequate oplossingen. Bovendien zijn de doorlooptijden voor het realiseren van nieuwe hoogspanningsstations en -verbindingen lang: 3 tot 10 jaar. De studie doet drie aanbevelingen om te zorgen dat de noodzakelijke verzwaring van het net op tijd en tegen zo laag mogelijke kosten uitgevoerd kan worden.

DRIE AANBEVELINGEN 
OM EFFICIËNTER EN GOEDKOPER TE VERZWAREN

  1. De eerste is het aanpassen van wet- en regelgeving om zo de infrastructuur vanuit een langetermijnvisie (2050) te realiseren. En niet op basis van individuele vragen van bedrijven. Volgens de huidige regelgeving is dit niet mogelijk, omdat het uitgaat van het principe dat netbeheerders ‘non-discriminatoir’ moeten handelen. Maar zo’n aanpassing van wet- en regelgeving voorkomt bijvoorbeeld het leggen van parallelle kabels. Zo blijven de totale kosten lager, zijn de doorlooptijden korter en worden fysieke bottlenecks geminimaliseerd. De ruimte in het havengebied is immers beperkt.

  2. De tweede aanbeveling is dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (of de Klimaattafel Industrie) meer regie neemt. Met name om direct aan de kust locaties aan te wijzen voor het grootschalig omzetten van elektriciteit (wind van zee) in waterstof en andere energiedragers. Transport van waterstof vergt namelijk veel minder ruimte en lagere investeringen dan transport van elektriciteit.

  3. De derde aanbeveling is om nu ruimte te reserveren voor toekomstige elektriciteitsinfrastructuur. Zo kan stapsgewijs een robuust en toekomstbestendig elektriciteitsnet gerealiseerd worden.

ROBUUST NETWERK
lAGE MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN

Hoe kan een robuust netwerk gerealiseerd worden tegen de laagste maatschappelijke kosten? De rode draad van de oplossing wordt meer transporteren op hogere spanningsniveaus (150 kV en hoger). En daarnaast op de lagere netvlakken (66 kV en lager) kleinere regio’s bedienen. Hiervoor zijn dan wel meer hoogspanningsstations nodig. Maar het aantal nieuwe ondergrondse kabels blijft zo beperkt (lagere kosten) en daarmee ook de impact op schaarse ruimte in de leidingstroken (minder fysieke bottlenecks). 

Het opdelen van het 150 kV-net in een westelijk, midden en oostelijk deel, is ook een goede optie. Door in het distributienet meer verdeelstations te creëren, komen er uiteindelijk minder kabels in de leidingstroken en worden de aansluitkabels naar de klanten korter.