U gebruikt een verouderde browser en daarom werkt de website niet optimaal voor u. Om alle functionaliteiten te kunnen gebruiken, raden we u aan om over te stappen naar een andere browser.

'Groeipijn' op het elektriciteitsnet van Goeree-Overflakkee

Rotterdam, 13 april 2021

Op ‘energy island’ Goeree-Overflakkee zijn veel wind- en zonneparken voor de productie van duurzame elektriciteit. Slechts 5% van de opgewekte elektriciteit wordt op het Zuid-Hollandse eiland gebruikt. De rest moet van het eiland getransporteerd worden. Netbeheerder Stedin investeerde daarom al meer dan 100 miljoen euro in de uitbreiding van het Flakkeese net. De recente groei van zonnepanelen op stallen en loodsen op het eiland zorgt echter voor ‘groeipijn’. Stedin verwacht dat binnenkort de maximale capaciteit van een deel van het net wordt bereikt.

82 zon-op-dak projecten

De groeipijn ontstaat omdat zonnepanelen erg in trek zijn bij bedrijven. Die leggen op stallen en loodsen honderden panelen tegelijk. Voor dit soort ‘zon-op-dak’-projecten kun je bij de Rijksoverheid SDE+-subsidie aanvragen. In 2020 is voor 82 van dit soort projecten op Goeree-Overflakkee subsidie door de Rijksoverheid toegezegd. Deze projecten moeten worden aangesloten op het ‘middenspanningsnet’ van Stedin. Ondanks de vele investeringen van Stedin is voor een deel van dit net de maximale capaciteit in zicht. Om het probleem structureel op te lossen, plaatst Stedin twee extra transformatoren in het verdeelstation bij Middelharnis. Deze klus is naar verwachting eind 2023 gereed

Geen gevolgen voor consumenten en grote wind- en zonneparken

Het capaciteitsprobleem geldt alleen voor nieuw aangevraagde aansluitingen op het middenspanningsnet. Het heeft geen gevolgen voor consumenten. Zij zijn aangesloten op het laagspanningsnet en kunnen gewoon doorgaan met het plaatsen van zonnepanelen op hun huizen. En ook voor grote wind- of zonneparken is dit geen belemmering. Zij worden rechtstreeks aangesloten op het hoogspanningsnet. In de regionale energiestrategie (RES) van Goeree-Overflakkee is de afspraak dat er in 2030 plek is voor 405,1 megawatt aan wind- en zonne-energie op het eiland. Deze plannen komen niet in gevaar als straks een deel van het middenspanningsnet tijdelijk vol is.

Onderzoek naar alternatieven

Stedin voert een onderzoek uit naar alternatieve oplossingen, zoals het schuiven met vraag en aanbod van elektriciteit in de tijd om het net op drukke momenten te ontlasten. Dat onderzoek duurt tot de zomer. Als daar geen oplossing uit voortkomt, dan zit het net vol. Dit betekent dat Stedin voor bedrijven met een nieuw zon-op-dak-project tijdelijk de stroom niet kan transporteren. Verzoeken voor projecten worden dan per 13 april 2021 op een wachtlijst geplaatst tot eind 2023 de capaciteit is uitgebreid met twee nieuwe transformatoren.

Ruim 100 miljoen euro geïnvesteerd

Duurzame elektriciteit helpt de CO2-uitstoot van Nederland verder omlaag te brengen. Er staat voor een productievermogen van 243 megawatt aan zonnepanelen en windmolens op Goeree-Overflakkee. Dat levert 95% van de tijd meer elektriciteit op dan verbruikt wordt, daarom transporteert Stedin de stroom van het eiland af. Op een zonnige dag met een stevige bries is meer dan de helft van de huizen en gebouwen van Rotterdam ‘powered by’ Goeree-Overflakkee.

Voor het transporteren van al die duurzame elektriciteit is veel capaciteit nodig op het elektriciteitsnet. Stedin investeerde daarom de afgelopen tien jaar ruim 100 miljoen euro op het eiland in het klaarmaken van het elektriciteitsnet voor de groei aan duurzame elektriciteit. Zo zijn de hoofdverdeelstations in Middelharnis, Stellendam en Ooltgensplaat uitgebreid en gemoderniseerd met negen nieuwe transformatoren en elf schakelinstallaties. Onder het Haringvliet zijn extra elektriciteitskabels getrokken naar Rotterdam en de haven. Daarnaast zijn er nog 350 kilometer aan nieuwe kabels over het land getrokken en is bij 100 transformatorhuisjes de installatie vervangen. Met het plaatsen van de twee extra transformatoren bij Middelharnis, investeert Stedin nog eens 6,5 miljoen euro in een toekomstbestendig net.